Trekschuit 'VROUWTJE'

Omhoog FRANK'99  Visualisatie Schilderijen Illustraties Zilver Trekschuit 'VROUWTJE'

horizontal rule

witte brekken.jpg (29433 bytes) vr zijkant.jpg (42466 bytes)  vrouwtje oog.jpg (63251 bytes)
Een korte geschiedenis van de trekschuit.

Middels de uitdrukking:'...dat moest zeker met de trekschuit komen', een ouderwetse variant van:'...en liefst vandaag nog', geeft men aan dat dit vervoermiddel niet geldt als een wonder van snelheid. Vroeger, en we spreken nu van de 17e eeuw, was dat wel anders. Nederland beschikte over meer dan 1600 km trekvaart, die de havens en overslagplaatsen verbonden met het achterland. Dit distibutiesysteem is voor de Gouden Eeuw zéker zo belangrijk geweest als de vaart op Oost-Indië. Het is niet genoeg om peper te hálen, je moet het ook aan de kruideniers te lande kwijt kunnen. Langs trekvaarten was het verboden om bomen of andere hinderlijke objecten te plaatsen en het onderhoud werd uiterst serieus genomen. In 'Een slaafsch en ongezond bedrijf, de geschiedenis van het openbaar vervoer in Waterland, 1630-1880, van J. Dehé staat uitgebreid beschreven hoe de stadsbesturen met elkaar overhoop lagen over het betalen van dat onderhoud.

De schuiten die voor deze vaart geschikt waren hadden een relatief klein vrachtvermogen, een ruime passagierscapaciteit en een strakke dienstregeling. Omdat de schuiten niet afhankelijk waren van wind, maar getrokken werden door een paard (met een bekende, constante snelheid) was het mogelijk aan- en afvaarttijden te garanderen. Daar zaten handelaars, maar ook de posterijen en zakenreizigers op te wachten. Op een model in het Scheepvaartmuseum Amsterdam is de indeling goed te zien:

model.jpg (135584 bytes)

In de roef bevonden zich aan bak- en aan stuurboord twee banken en een tafel in het midden. De tafel kon verlaagd worden om slaapplaats te bieden aan 2-4 personen. Bij nachtschuiten (Rotterdam-Amsterdam) was de plek voor passagiers, bij dagschuiten was het de slaapplaats voor de schipper en zijn vrouw. De passagiers voor de eerste klasse hadden tijd zat voor gesprekken, Het is nog een tijdje mode geweest om deze (fictieve) geprekken af te drukken als schuytepraetjes en er een politieke of moralistische sneer in uit te delen. Bij de prijs van het eersteklasticket was vaak een -goedkope- goudse pijp met tabak inbegrepen. Dat is de reden dat er ook nu nog zoveel pijpenkoppen opgebaggerd worden.

 

Jagers en jaagpaarden werden ingehuurd door de schipper. Er zijn in Holland hele dorpen geweest die leefden van het jagen. Iedere trekvaart was voorzien van een jaagpad, meestal een opgehoogd dijkje met een dek van schelpengruis. Hierop liep een stevig, waarschijnlijk niet al te snel paard. Aan het tuig was een lijn van 70 meter bevestigd, die op de schuit was vastgezet op de achterste bolder. Om scherpe bochten te nemen werden rolpalen geplaatst; stevige palen waarvan het bovenste deel om zijn as kon draaien. Er stonden er minstens drie in een bocht, zodat de lijn de boot voorwaarts bleef trekken, in plaats van de wal op.

rolpalen schema.jpg (11341 bytes)

Er was een systeem voor het inhalen van tragere schuiten. De snelle schuiten -met een dravend paard, soms twee- hadden een hoge mast, de tragere schuiten een lage. Middels de haallijn kon de jaaglijn zó hoog opgetrokken worden, dat een vrachtschuit overlopen kon worden.
Voor het passeren van bruggen werd de lijn losgegooid en de mast achterover gelegd. De schuit werd onder de brug door geboomd en verderop werd de lijn weer aangehaakt.
 

Het systeem van vaarten raakte in onbruik toen de wegen beter werden, rond de tweede helft van de 19e eeuw, bovendien werden de posterijen in de franse tijd genationaliseerd. Dat gaf de trekschuiten de nekslag.  Ook de komst van de petroleummotor kon de trekschuit niet meer redden. De veel grotere beurtschepen werden nog wel gejaagd bij verkeerde windrichting. Een dame uit Vlaanderen die we bij Sneek tegenkwamen zei:'...de peterolie was duur, dus dan gingen wij mâskes eraf en dan trekken, he.' We hadden het over een aakje van 30 ton!

vrouwtje 1.jpg (41723 bytes) vrouwtje 2.jpg (84011 bytes) vrouwtje 3.jpg (95292 bytes) vrouwtje 4.jpg (94802 bytes)

Een nog kortere geschiedenis van onze trekschuit.

In 1968 begon Cees Rem, in opdracht van Klaas Zwart, aan de bouw van de trekschuit 'Vrouwtje'. Klaas Zwart kende het model in het scheepvaartmuseum en ook het boek van Petrejus: Oude zeilschepen en hun modellen. (blz. 71) Daar staat het model in afgebeeld. Zie afbeelding boven.

Op de werf van Rem, 'maker van molens en schuiten', werd traditioneel gebouwd. Het enige elektrische gereedschap dat in de werkplaats aanwezig was, was een boormachine. Alle andere bewerkingen werden met handgereedschap uitgevoerd. Het opkrommen van spanten en gangen gebeurde in een stoombak, gelast op een melkbus, op een pootloos houtgestookt fornuis. Traditioneler kán bijna niet. Spanten, liggers en knieën, gangen en opbouw zijn van eiken, het vlak van grenen. 

vrouwtje gesch 1.jpg (45094 bytes) vrouwtje gesch 2.jpg (59040 bytes) vrouwtje gesch 3.jpg (48111 bytes) vrouwtje gesch 4.jpg (40665 bytes)

 vrouwtje gesch 5.jpg (53154 bytes) vrouwtje gesch 7.jpg (79463 bytes) Foto's: K. Zwart 1968-'69

Halverwege de jaren '80 verkocht Zwart de trekschuit aan een kennis, die hem in 1998 aan ons verkocht. We waren op slag verliefd op de boot en hebben er sindsdien veel op gevaren. De SABB-éénpitter geeft haar een snelheid van 5˝ knoop, snel genoeg om het landschap te zien veranderen en traag genoeg om alle veranderingen goed op te nemen. Bovendien kunnen we met een diepgang van 50 cm en een hoogte van 1,80 m op een heleboel rustige plekken komen. Alleen het IJsselmeer bij meer dan windje 4, daar wil ze niet op. Vrouwtje is gebouwd voor de trekvaart, en daar houdt ze zich aan.

Gegevens van de trekschuit 'Vrouwtje'

vrouwtje 8.jpg (71095 bytes) zaanstad vlag.jpg (30427 bytes) mastbord.jpg (95088 bytes)

Type: Trekschuit, replica van model 'Haarlemmer Jaagschuyt' Scheepvaartmuseum Amsterdam.
E.W. Petrejus, Oude Zeilschepen en hun modellen, De Boer, Bussum 1971. blz. 71

lengte over alles: 9.50 m
breedte: 3.00 m
kruiphoogte: 1.80 m
diepte: 0.50 m
motor: SABB 10 pk 1-cilinder, waterkoeling, slinger, keerkoppeling.
bouw: 1968-1969 Werf Rem, maker van molens en schuiten, Wormer.
materiaal: eiken spanten (46), eiken knieën, eiken gangen (28 mm), eiken kop- en kontbalk.
vlak origineel grenen, nu iroko, opbouw eiken met canvas dak.
gerestaureerd:  2004-2005 Huib Koel en Zonen, Wormerveer (vlak en gangen)
2009 epoxy huidbescherming.

De restauratie van trekschuit 'Vrouwtje'.

Tijdens de winter van 2003-2004 wou de schuit niet echt meer droog blijven. Regelmatig moest er gehoosd worden. In juli 2004 bleek er een zeer zacht stuk te zitten in de derde gang, ter hoogte van het stilletje. Reparatie was geboden. Op de werf van Mulder bleek de schade aanzienlijker te zijn dan verwacht. Remedie: nieuw vlak, spanten vervangen en delen van de gangen vervangen. Op een platte schuit is Vrouwtje naar een  werkplaats aan de Zaan vervoerd en op een bok gehesen.

01 verplaatsen.jpg (5).JPG (66854 bytes) 01 verplaatsen.jpg (7).JPG (57393 bytes) 01 verplaatsen.jpg (13).JPG (52652 bytes) 01 verplaatsen.jpg (18).JPG (73772 bytes)

Bij de werkplaats werden de verrotte huiddelen weggehaald en het vlak ging er onder uit. De aangetaste spanten werden gekopieërd en teruggeplaatst. Voor de gangen werden mallen gemaakt en er kwam een nieuw vlak, niet van grenen, maar van iroko. In mei 2005 begon ik het interieur opnieuw te bouwen, want dat was geheel verwijderd. Het dak kreeg een laag canvas.

02 15 feb 05 (3).JPG (118427 bytes) 07 3 mei (2).JPG (87725 bytes) 10 8 mei (1).JPG (92827 bytes) 11 22 mei (3).JPG (73253 bytes)

We zijn inmiddels bijna 5 jaar verder. De speling in de gangen is niet geheel dicht te breeuwen. Bovendien sluit de boot liggend op de bok anders dan in het water. We hebben besloten om een laag epoxy vanaf de waterlijn aan te brengen. Het helpt. We leren dat het behouden van de boot in de originele toestand bijna onmogelijk is en héél duur wordt.

Model van de trekschuit.

Al jaren spookt mij een woest plan door het hoofd: een (statisch) model bouwen van onze boot in de schaal 1:10. Ik ben dus in de tijd dat ze op de bok lag eens gaan meten en kwam tot de volgende tekening:

Model Vrouwtje tekening A4.jpg (51863 bytes)

Nu ben ik leraar tekenen/ handvaardigheid en die worden geacht niet geheel onhandig te zijn. Om dat te testen heb ik eerst het roer gemaakt op schaal. Dit wordt het eerste model waarvan het laatste stuk het eerst af is.

  DSC03506.jpg (66545 bytes) DSC03508.jpg (67582 bytes) DSC03513.jpg (68032 bytes) DSC06818.jpg (113546 bytes)

Ik besluit verder te gaan, neem een lekkere zaagmachine mee voor de kerstvakantie en begin spanten te zagen, die ik al eerder in CorelDRAW getekend heb en geprint. Ik monteer ze op de bodemplaat en leg een valse kielbalk om het zaakje te fixeren. De holte op de spanten schuur ik met een bandschuurmachine. Met hele dunne latjes controleer ik of ze stroken. Voorlopig ziet het er behoorlijk prettig uit. De kopbalk en de kont zijn uit een ouwe traptree gezaagd. Gelukkig staat in de werkplaats van mijn bootreparateur een oude, maar zeer goede vandiktebank om van afzaagsel nog iets moois te fabrieken. En een fijne zaagbank is ook heel nuttig.

DSC06821.jpg (103327 bytes) DSC06822.jpg (83208 bytes) DSC06826.jpg (79719 bytes) DSC06827.jpg (77943 bytes) 

Ik ga nu rustig nadenken over de volgende stap. Het vlak moet vast en op vorm geschuurd, de spanten moeten uitgehold en teruggeplaatst. Daarna moet ik de gangen uitstroken, 'overnaadskepen' aanbrengen en kartonnen modellen voor de gangen maken.

serie 3 (1).jpg (100534 bytes) serie 3 (4).jpg (124128 bytes) serie 3 (6).jpg (87701 bytes) P1050745.jpg (95012 bytes)

Ik heb eerst de spanten uitgezaagd en opnieuw opgesteld, daarna heb ik het vlak aan de spanten gelijmd en 'gedeutelt', ik heb er 3 mm gaatjes in geboord en satč-prikkers met houtlijm ingetimmerd. Nu ga ik de boel op vorm schuren met de bandschuurmachine (zodra het buiten boven de -10o C en sneeuwvrij is...)